Diensten

Diensten: Leidinggevenden

Een betere communicatie op de werkvloer

verhoogt de effectiviteit op de werkvloer en bevordert de betrokkenheid van de werknemer.  Maar...

  • Hoe herken je laaggeletterdheid?
  • Hoe bereik je werknemers die niet kunnen lezen of formulieren niet invullen?
  • Hoe overtuig je je collega`s van het nut van taalscholing?

Taalvakwerk leert leidinggevenden op juiste wijze om te gaan met laaggeletterde werknemers en laat zien dat de leidinggevenden ook zelf het nodige kan doen om de communicatie op de werkvloer te verbeteren. In de leidinggevendenbijeenkomsten van Taalvakwerk staat de communicatie op de werkvloer centraal. De teamleider krijgt diverse handvatten aangereikt om op effectieve wijze een steentje bij te kunnen dragen aan een compleet geletterde werkvloer.

Zie ook onze online workshop Werk en Taal.

Tips voor leidinggevenden

Eigen taalgebruik naar anderstalige collega’s toe:

  1. Praat langzaam en rustig
  2. Kijk de collega aan als je tegen hem/ haar praat
  3. Spreek de zinnen duidelijk uit met je mond goed open. (articuleren)
  4. Houd het eenvoudig en praat niet over verschillende onderwerpen tegelijk.
  5. Probeer in je directe spreekcontact geen dialect te gebruiken.

Anderstalige collega’s helpen/ ondersteunen in het beter begrijpen van het taalgebruik op het werk:

  1. Benoem bij het uitleggen alles wat er gebeurt
  2. Gebruik veel voorbeelden en doe zoveel mogelijk voor.
  3. Help zoveel mogelijk mondeling en schriftelijk. Schrijf belangrijke woorden even op en laat het concrete voorwerp of desnoods een plaatje zien.
  4. Geef maar één opdracht tegelijk
  5. Vraag telkens of de collega je begrijpt. Kom er even later nog eens op terug.
  6. Bepaalde woorden in een zin op laten vallen. Bijvoorbeeld: dat dossier, dat wil ik graag even hebben
  7. Geef in gesprekken altijd aan waar het over gaat.
  8. Herhaal wat de anderstalige collega zegt, maar dan in goed Nederlands.
  9. Neem de tijd. Ben geduldig en verbeter niet de hele tijd de fouten. Verlegenheid en angst om te praten en om fouten te maken zijn vaak de oorzaak van moeizame gesprekken.
  10. Wees zuinig met bedrijfstaal, of leg uit wat je bedoelt.

Taalcontact stimuleren:

  1. Vraag de collega of hij wil herhalen wat hij heeft gezegd: Sorry, ik heb het niet goed gehoord; kun je dat nog een keer zeggen?
  2. Laat moeilijke taken eventueel samen met een andere collega uitvoeren.
  3. Laat de anderstalige collega bewust meedoen aan een gesprek. Vraag hem/ haar bijvoorbeeld naar zijn/ haar mening.
  4. Zorg ervoor dat er ook taal  en communicatie in gebruik is. Soms kun je je werk doen zonder een woord te zeggen, maar zo leert de anderstalige collega natuurlijk geen Nederlands. Laat hem of haar bijvoorbeeld iets aan een collega vragen, of laat hem/ haar eens vertellen wat hij aan het doen is.
  5. Verwijs naar opschriften of korte teksten op het werk. Vraag eens aan een anderstalige collega of hij/ zij de tekst kan lezen en of het moeilijk is.