Nieuws

Nieuws

Extra aandacht voor uitspraakproblemen

26-01-2012

Het aanleren van de Nederlandse taal is niet voor iedereen even gemakkelijk. Een en ander is afhankelijk van de moedertaal, de motivatie, het doel, de leeftijd, de taalgevoeligheid, enz.   Veel klanken (niet-moedertaal-klanken) die  na het 8e levensjaar aangeleerd moeten worden, gaan verloren omdat we ze niet kunnen onderscheiden en/of omdat we de mogelijkheid niet hebben om deze klanken te vormen met de articulatiespieren. De uitspraak/articulatie ligt bij kinderen rond het 8e levensjaar vast. Het auditieve vermogen én de articulatiespieren zijn dan compleet gevormd naar de omgevingstaal, meestal de moedertaal.

Zowel klinkers als medeklinkers kunnen problemen geven. Denk aan de Nederlandse R, waar veel Chinezen moeite mee hebben of de `e` en de `i` die voor Arababisch sprekenden moeilijk te onderscheiden zijn.  Met name de Aziatische talen zijn qua klanken en dus auditief zo sterk anders dan het Nederlands, dat het erg moeilijk is voor deze mensen om de Nederlandse klanken op latere leeftijd nog te leren onderscheiden en spreken.

Taalvakwerk besteedt extra aandacht aan deze uitspraakproblemen door in bepaalde situaties gebruik te maken van een logopediste. De logopediste screent deelnemers met hardnekkige uitspraakproblemen en verzorgt een aantal uitspraaktrainingen. Structurele verbeteringen zijn niet altijd direct te bewerkstelligen, maar de logopediste biedt diverse oefeningen aan en zet daarnaast in op bewustwording.